Views
4 months ago

ISSUE 39

  • Text
  • Evoque
  • Discovery
  • Rover
Surfen op IJsland, op pad met de New Land Rover Defender | Ambachtelijke wereldbollen in Londen met Bellerby & Co | Overzicht van prachtige drone-fotografie | Auteur Helen Russell verkent de zin van geluk | Exclusief kort verhaal van Jean Macneil

Exclusief kort verhaal

Exclusief kort verhaal In de bush door Jean McNeil McNeil, uit Nova Scotia, Canada, is een bekroonde auteur van 13 boeken, waaronder zes URPDQV=HZDVVFKUóYHULQ$QWDUFWLFDPHWGH%ULWLVK$QWDUFWLF6XUYH\HQLVHHQJHNZDOLƓFHHUGH ZDQGHOVDIDULJLGV+DDUODDWVWHURPDQFire on the MountainVSHHOW]LFKDILQ]XLGHOóN$IULND W e arriveerden eind augustus in de Cederberg, het begin van de lente. Overal zagen we haemanthus of bloedlelie. We werden opgewacht door vijf vrouwen en drie honden. De vrouwen; Helene, Maria, Annelise, Marine en Wilma, waren allemaal familie, hoewel het moeilijk was om precies te zien hoe. Ik zei, “Echt iets voor jou Leo, om een boerderij te vinden met vrouwen.” Helene was een stevige dame van midden 40, scherp maar niet onaardig. Toen ze zag dat ik de paardentrailer reed, zei ze: “O, goddank een vrouw!” Later, toen ik vroeg waar de mannen waren, vertelde Helene dat haar vader was gestorven aan hartfalen. “Teveel braai” en de zonen zaten op kostschool. Er was een mannelijke voorman, maar hij was het grootste deel van de tijd in de bush. Ze gebaarde in de richting van de zanderige weg. “Het is even geleden dat we paarden op de boerderij hadden, dus de stallen zijn er slecht aan toe. Maar jullie hebben ten minste privacy.” Ze dacht dat we een stel waren. Dat dachten de meeste mensen en Leo deed niets om ze van het idee af te brengen. “Pas op voor de apen,” zei ze. “Laat je deur niet open, zelfs geen seconde. Ze maken ook de ramen open, dus daar hebben we sloten op gezet.” We reden op de weg, geflankeerd door okerkleurige leisteen van de steile wanden. In mijn fantasie voelde ik ogen op ons – de ogen van de Khoisan. We zien het slanke silhouet van de bushman overal; op de verpakking van de biologische rooibos die Helene teelt, op de zijkant van de vakantiehuisjes die ze verhuurt aan trekkers, klimmers en gezinnen op zoek naar een rustieke beleving, op de toeristenfolders die men uitdeelt in Clanwilliam. Overal, behalve op het land dat ze ooit te voet doorkruisten, leeuwen trotserend, om te jagen. We kwamen bij de stallen en maakten de trailer open. Eeshani droop van het zweet. Leo zei, “Wat doet een volbloed hier in deze hitte?” “Ze volgt mij. Als het te warm voor haar wordt, ga ik terug,” zei ik. Ik leidde Eeshani de stal in, die rook naar must en bavianenuitwerpselen. Delen van een oud hoofdstel, versteend door de hitte van de Cederberg, bungelden als biltong aan roestige spijkers. Eeshani stak haar neus in de bedompte stallen en deinde terug alsof ze een spook had gezien. Ik zat op een oude baal hooi en werd ingehaald door een gevoel van onwerkelijkheid; hadden we echt alles achter ons gelaten? Het kalkstenen terras achter in de tuin, de ananaslelies, de Tafelberg die tegen de lucht afsteekt. “Janine, er is geen terug.” Leo’s groene ogen waren donker. “Je had kunnen blijven,” zei hij. “Het is niet jouw naam die op de lening staat.” “Dat klinkt alsof je me weg wilt hebben, Zou dat je minder schuldig doen voelen?” Daar had hij geen antwoord op. Siegfried gaf me een blik van onmiskenbare angst – paarden zijn daar net zo goed in als mensen, het is in hun ogen net zo leesbaar. Hij was er niet aan gewend dat wij ruzie maakten. Leo en ik hadden elkaars interne realiteit altijd instinctief aangevoeld; het was deze natuurlijke sympathie, en onze liefde voor paarden, die ons bond. We vormden met elkaar een sterk kwartet, zijn paard, het mijne en wij tweeën, verbonden door een onalledaags pact. We raakten gewend aan het leven op de boerderij van Helene. We vergaten ons oude leven zo snel dat ik me afvroeg waarom ik nooit eerder bruggen had verbrand. Ik had mensen horen praten over een nieuwe start, maar had het nooit geprobeerd en vroeg me nu af waarom eigenlijk niet. In het voorjaar vielen de pruimen uit de boom voor ons huisje en Marine maakte zure granadillacake, die ze ons elke dag bracht. Business was goed. De bezoekers kwamen uit Kaapstad of Joburg, natuurlijk. Ze waren eerst verrast dat ik de rondleidingen leidde. Ze zeiden zelden iets totdat ze mijn geweer zagen, de .375 die ik bewaarde in een op maat gemaakte zadeltas. Soms probeerden ze een grap. ILLUSTRATIE: DAVID DORAN 72

“Wat, ga je me vermoorden als ik de teugels niet goed vasthoud?” Ik glimlachte alleen en zei dat het in Zuid- Afrika de wet was om gewapend te zijn in de wildernis. De hele lente vermeden we het postkantoor. Als we wel gingen, lag er een stapel brieven met alarmerende stempels als ‘Laatste waarschuwing’ en ‘Deurwaarder ingeschakeld’. En daar tussenin lagen andere brieven op dik briefpapier, geadresseerd aan Leo in feilloos handschrift. Hij gaf zijn persoonlijke e-mail nooit aan de vrouwen die hun paarden bij ons stalden. Dat deel van de zaak liet hij aan mij over (ik citeer hem: “E-mail is tegen mijn religie”). Soms dacht ik aan deze vrouwen, zittend aan tafel in hun huizen met geëlektrificeerde hekken in de voorsteden van de stad , of in hun auto op weg naar Woolworths in Century City of Claremont, dromend over de wilde Leo, die naar het barre noorden was verdwenen. Hij las de brieven en verbrandde ze. We zaten rond het vuur te kijken terwijl hun as hoog boven de vlammen rond dwarrelde, op de hitte van het vuur tegen de nachtelijke hemel, om een plaatsje tussen de sterren te vinden. Het was februari, hoogzomer en de zon brandde meedogenloos. Helene verscheen op een middag in haar bakkie. De abrupte stop waarmee ze parkeerde vertelde me alles wat ik moest weten. “Er is een klacht gekomen,” zei Helene, nog voor ze onze deur had bereikt. “Waarover?” “De moeder van het gezin dat hier gisteren was. Ze zei dat Leo naar haar gluurde.” Ik probeerde me het gezin voor de geest te halen: een vrouw, een man, twee kinderen. Ze kwamen uit Duitsland of Nederland. De kinderen waren in de ban geweest van Leo’s verhalen over de giraffe die ooit over deze vlaktes galoppeerde, 500 jaar geleden. Ze leunde op het kozijn van de boerderijdeur. “Ik heb geen klacht over jou. Jeetje, je bent niet eens zijn vriendin.” Ze sloeg haar ogen neer. “Sorry. Ik weet dat het niet aan mij is om dit te zeggen.” Ik schudde mijn hoofd. “Hij gluurt niet. Hij is verantwoordelijk voor iedereen daar buiten, net zoals ik. Daarom staart hij naar ze. Vrouwen interpreteren de belangstelling van mannen altijd verkeerd.” Helene fronste, wellicht vanwege het ‘verkeerd’. “Jullie zijn altijd anders, jullie paardenvolk.” Ik vond Leo in de box van Siegfried. “Waarom doe je dit? We hadden toch afgesproken dat je zou stoppen.” “Ik ben gestopt.” Hij was geen sarcastische persoon, toch beet zijn stem de woorden. Hij vermeed mijn ogen. “Ik moet gewoon de onrust kwijt – van mijn gedachten.” Ik leunde tegen het hooinet, de scherpe uiteinden van strootjes in mijn rug en keek in zijn weemoedige groene ogen. Het stak me dat hij na al die tijd nog niet had begrepen wie ik was. Hij dacht misschien echt dat ik een van die vrouwen was die in zijn bed vielen als uit een automatische dispenser. “Waarom zou je onze kansen hier verspelen.” Er verscheen een vreemde beweging in Leo’s ogen. Ik had het nog nooit gezien: vloeibaar, als een slang. “Ik kan niet zonder jou.” “Ik ben je vrouw niet.” Het gesis in het woord. Leo hoorde het ook, alsof een slang in de stal was gekomen en daar lag. Helene gaf ons respijt. Ze vond ons aardig, ons allebei. Het zou niet mogelijk zijn om op zo korte termijn andere paardenmensen te vinden. Dankbaar besteedden we de volgende dagen aan het compleet uitmesten van de stallen. De winter kwam, een vreemd seizoen. We begonnen onze tochten ‘s morgens vroeg in donsjassen en handschoenen, maar hadden rond een uur of tien alleen nog onze hemden aan. Het werd weer augustus en lente, en daarmee de enorme bloemenzee die deze droeve plek zes weken per jaar bedekt: Sneeuprotea, Blou Bergaster, Geel Perdekop, Geel Botterblom, Boegoe, Pienk Handjie. Het land leek ons aan te moedigen om te blijven in dit ruige einde van de wereld, met zijn hitte, bloedrode zonsondergangen en de wind die door het gras zingt. We reden naar de dam, een tocht die we vaak maakten. Een meer dat was aangelegd om de farms te irrigeren die zich honderden kilometers in alle richtingen uitstrekten. Vanuit het noorden, helemaal uit Namibië, rolden lage wolken binnen, zwaar van de regen. Onze gasten waren niet lastig; een gezin uit Kaapstad, de vader geschiedenisprofessor. Waarschijnlijk woonden ze in Rondebosch of Newlands en gingen elke zomer naar de tuinconcerten in de botanische tuinen van Kirstenbosch. De kinderen konden rijden, ze hadden een goede Engelse zit; alert, bevelend. Leo gleed naar zijn back-up positie aan de achterkant. Terwijl het gezin door de verrekijker naar buizerds keek, kwam de matriarch, een slanke blonde vrouw, duidelijk ooit een beauty, met haar gezicht verborgen onder een roze golfpet, naast me rijden. “Het is zo fijn om een vrouw voorop te zien.” Ze glimlachte naar me. “Je moet hier heel zeker van jezelf zijn.” “Bedankt. Ik rij al sinds ik een kind was.” Ze gebaarde naar Leo op Siegfried, die de verte in tuurde, zijn rug nar ons gericht. “Is hij je echtgenoot?” “Nee, we zijn vrienden – en zakenpartners.” Ik weet niet waarom ik dat zei, een onnodige onthulling. “Het lijkt me gevaarlijk om mensen mee de wildernis in te nemen.” Ik probeerde altijd om luchtig te blijven; hoe minder de toeristen wisten hoe beter. “Het is veel relaxter dan in het veld rijden,” zei ik. “Er zijn geen leeuwen.” 73

 

Land Rover

Land Rover Magazine #39

 

Land rover magazine presenteert verhalen van over de hele wereld als eerbetoon aan de innerlijke kracht en de drive om Above and Beyond te gaan

Land Rover staat niet alleen voor de beste premium auto’s, maar ook voor nieuwsgierigheid, ontdekkingsgeest en verwondering voor de avonturen van het leven. Beleef dit mee in dit nummer van Land Rover Magazine; van de ontmoeting met overlevenden uit de ijstijd aan de Nederlandse kust met de Land Rover Discovery tot de meest innovatieve duurzame architectuur op een trip door Californië met de Range Rover Evoque

De bibliotheek

ISSUE 39
ONELIFE #38
ONELIFE #37
ONELIFE #36
ONELIFE #35
ONELIFE #34
ONELIFE #33

Jaguar Land Rover Limited: Registered office: Abbey Road, Whitley, Coventry CV3 4LF. Registered in England No: 1672070

De hier vermelde waarden zijn het resultaat van officiële fabrieksmetingen in overeenstemming met de EU-wetgeving. Uitsluitend voor vergelijkingsdoeleinden. Verbruik onder 'real-world'-omstandigheden kan verschillen.